Achter de komgebieden, in Woerden op zo’n twee kilometer van de Oude Rijn, begonnen de laagveenveenmoerassen. De veenmoerassen die het dichtst bij de Oude Rijn lagen waren door incidentele overstromingen met rivierwater het voedselrijkst. Hier groeiden elzenbossen die, omdat ze veen als ondergrond hadden, elzenbroekbossen genoemd worden. Waterpoelen met riet en gele lis, boomstronken, omgevallen bomen, afgevallen takken en natuurlijk de bomen zelf, maakten de elzenbroekbossen ondoordringbaar